Zaterdag taartdag

Zaterdag taartdag, is dat dan niet gewoon taart op zaterdag? Wel, nope.

Twee jaar geleden had ik vijf zesdes, en dat was een heerlijk klein, eigenzinnig klasje. En ja, we deden zeer consequent van taartdag. Op de laatste taartdag werd geopperd dat we dat eigenlijk af en toe eens moesten verderzetten, en ik nodigde hen allen uit bij mij thuis, ergens ooit op een later te bepalen namiddag, om taart te eten.

Eerlijk? Ik heb er vorig schooljaar eigenlijk compleet niet meer aan gedacht. Wel aan de individuele leerlingen, maar niet aan het feit dat we die taartdag gingen doen.

En toen kwam er een berichtje van Dorian in de Whatsapp groep die speciaal daarvoor gemaakt was: dat hij toch zooo veeeeeeel zin had in taart. Dat hij doodging van de honger. We begrepen het meteen, en met enige moeite – zo van die studenten, dat heeft nooit tijd, jong – legden we deze namiddag vast om 17.00 uur. Vroeger ging niet, want dan was een van hen ook nog bezig.

Ik had gezegd dat ik wel iets ging bakken, en Dorian ging een taartje meebrengen van de winkel. Perfect. En toen had ik een grote cake gebakken met appeltjes uit de tuin, en had Dorian een citroenmerengue mee. En had Kaat twee schaaltjes fantastische kaastaart mee. En bracht Alenka zowel cupcakes met een paars laagje mee, als de kaneelrolletjes die ze toen vaak meenam. Resultaat? Veel te veel taart, maar wel echt het taartdag gevoel.

Er werd getetterd, en Dorian haalde een pak kaarten boven en we speelden Bullshit, iets wat ik niet kende maar waarmee we goed gelachen hebben.

Tegen zeven uur heb ik hen buitengestoken, want Merel had intussen zelf al gegeten en Bart kreeg ook wel een hongertje.

Kaat, Reyyan en Dorian pikten nog een appeltje mee van de boom, Ben werd opgehaald en nam meteen Alenka mee, en ik zwaaide hen uit.

De eerste “zaterdag taartdag” was een feit, en ik vond het echt wel fijn om die jonge mensen terug te zien, en hen alweer een stukje verder in het leven te zien staan. En ja, mijn hart zong door het feit dat ze niet zomaar samen afspraken, maar het helemaal zagen zitten om gewoon hier af te spreken, met mij erbij. Teken dat ik toch iets goed doe als leerkracht, denk ik dan.

Kammekequiz 25!

Zoals quasi elk jaar – als er geen larpweekend tussen zit – deed ik ook dit jaar mee met de schoolquiz, de enige echte Kammekequiz die dit jaar al voor de 25ste keer plaats vond, een jubileumeditie dus.

Opnieuw schreven we in als het KAM Consortium, met opnieuw Tom van mijn vaste quizteam als troefkaart, en deze keer met collega’s Karel en Carole. Lisa zat bij een ander team, en Louise-Anne was net bevallen, dus jah.

Awel, het bleek een goeie combinatie te zijn: na de eerste vijf rondes, bij de pauze, bleken we in totaal vijf foutjes te hebben en stonden we nipt eerst. Na de pauze gingen de gewone vragenrondes opnieuw prima – foutloos – maar de negenronde – een tafelronde die elk jaar weer moeilijk blijkt te zijn – ging nogal de mist in, en ook de raketronde zorgde voor 26/60. Urgh. We hadden winst al opgegeven, maar toen bleek dat ook de concurrentie de bal had misgeslagen. En yes, winst! Fijn fijn fijn! We kregen elk een waardebon van 20 euro voor ’t Oud Clooster in Gent, en nu gaan we dus niet anders kunnen dan eens samen te gaan eten, denk ik dan. Hoe jammer nou.

Enfin, heel fijne avond gehad, eigenlijk feitelijk. Los van de winst, bedoel ik dan, die het natuurlijk extra leuk maakt.

Afscheid van Gandalf

Wat ik eerder deze week al vreesde, is effectief bewaarheid.

Ik had maandag naar de dierenarts gebeld, en ik mocht Gandalf binnenbrengen zodra we hem zagen. En dat was dus het probleem: zaterdag en zondag had hij nog bij ons in de tuin gezeten, maandag was hij niet te bespeuren. Dinsdag en woensdag ook niet, en ik was al gaan rondvragen bij de buren, maar niemand had hem gezien. Ik vreesde het ergste: ik dacht dat hij zich ergens had verstopt om te sterven.

En toen was het donderdagmorgen, en kwam Merel me wakker maken: Gandalf lag in de zetel, bovenop een dikke trui van Merel. Het is me een raadsel hoe hij nog in die zetel is geraakt, want er zat absoluut geen energie meer in, hij hief met moeite zijn kopje nog op.

Ik belde de dierenarts en Ulrike zei dat ze om half negen een operatie had, maar dat ik daarvoor mocht afkomen, desnoods om hem gewoon af te geven zodat ze hem kon onderzoeken voor ze aan die operatie begon.

Ik kleedde me aan, ontbeet, nam Gandalf met pull en al voorzichtig in mijn armen en met behulp van Merel legde ik hem in de kattendraagmand. Hij protesteerde nauwelijks…

Normaal gezien protesteert hij in de auto quasi non-stop, luid miauwend. Nu kwam er amper geluid uit, het arme beestje. Ik had niet op druk verkeer gerekend in de richting van Lovendegem, en ik was er dus toch maar tegen half negen. Ulrike, de schat die ze is, ging net aan die operatie beginnen, maar haar assistente kon nog verder voorbereiden, en dus keek ze eerst toch naar Gandalf.

Het verdict was duidelijk: acuut nierfalen. Hij was graatmager en volledig uitgedroogd, omdat hij eigenlijk niks van voedsel en vocht meer opneemt. Zijn buikje was effectief volledig opgezwollen van het vocht dat zich opgehoopt had. Al was ik een week eerder met hem bij Ulrike geraakt, ze had toch niks kunnen doen, blijkbaar is dit een grote doodsoorzaak bij oudere katten. En hem nu nog behandelen zou enkel een klein beetje rekken zijn, en hem een hoop ongemak bezorgen.

Met tranen in de ogen heb ik toen beslist dat we hem niet langer gingen laten afzien, wat ik dus al verwacht had. Ze heeft hem eerst een spuitje gegeven met morfine en zo, en hij reageerde zelfs niet. Maar blijkbaar voelde hij zich wel veilig en thuis, zelfs daar bij Ulrike. Hij was namelijk zachtjes aan het ronken, daar op die pull van Merel, en hij legde zijn kopje in mijn hand. En zo is hij langzaam in slaap gevallen. Ze heeft hem daarop een spuitje in zijn hartje gegeven, en daarmee eindigde het kattenleven van onze Gandalf.

Veertien jaar en een half. Veertien zeer eigenzinnige jaren: eerst wel bij ons in huis, maar daarna meer en meer een buurtkat die overal binnenliep, overal ging eten, overal sliep. Een paar jaar heeft hij zelfs bij de buurvrouw gewoond, want daar kreeg hij voortdurend aandacht, was er geen tweede kat en was er wel kippenwit en zo. Maar als er iets scheelde, kwam hij wel telkens weer naar mij toe: ik mocht hem pillen geven, ik mocht zalf in zijn oog doen, ik mocht hem onderzoeken en ontvlooien. Maar hij kon ook stevig protesteren, zelfs grollen, en je wilde niet zien hoe hij een hond afdreigde of zelfs aanviel als die te dicht kwam.

Maar wat me echt, echt blij maakt: ondanks het feit dat hij zelden hier thuis kwam en vooral bij de buren sliep, is hij toch in zijn laatste uren naar huis gekomen om hier te sterven. Niet bij de buren, niet op zijn favoriete plekje onder de haag, niet op de tuinstoelen, maar bij ons in de zetel.

Gandalf, jij oude grijze kater, we gaan je missen. En het zegt veel dat beide jongens speciaal van kot naar huis zijn gekomen om je samen hier in de tuin te begraven. Je was een, ietwat vreemd, deel van ons gezin, toch wel. Eigenzinnig, koppig, sterk, onbevreesd: je paste hier wonderwel.

Lectuur: “Allomancer Jak and the Pits of Eltania” van Brandon Sanderson

Bof, niet alles wat Sanderson schrijft, is dus goed te noemen. Zijn Mistborns vond ik zeer goed, vooral dan de eerste reeks. De tweede reeks is net iets minder fantasy en iets meer steampunk, al kan ik dat wel smaken. En in die reeks is er een opschepper die vaak in de kranten komt maar eigenlijk lang niet zo goed is als hij zelf beweert. Er wordt soms naar verwezen, maar het is op zich geen personage. Maar Sanderson zou Sanderson niet zijn als hij daar dan geen kortverhalen rond schrijft.

Dit is er dus eentje van, en nee, het haalt lang niet het niveau van de boeken, jammer genoeg. Is het slecht? Dat nu ook weer niet. Maar het is niet naar Sandersons niveau, en dat is een beetje jammer. Het enige wat er dan wel weer echt grappig aan is, zijn de voetnoten die het hoofdpersonage uit de boeken bij dit verhaal schrijft, uit pure ergernis over de onwaarheden.