Op uitnodiging van mijn broer: “Coward”

Elk jaar nodigt mijn broer een resem van zijn klanten uit voor een filmvoorstelling in de Kinepolis, in het kader van het Filmfestival. Zo heb ik eerder al Gladiator II mogen zien, of, lang geleden, Robin Hood, en nog wel andere films.

Deze keer waren Bart en ik uitgenodigd voor een hapje en een drankje, en vooral de film “Coward” van Lukas Dhont. Ik hou doorgaans niet van Vlaamse films en zelf zullen we daar nooit voor naar de cinema trekken, maar Lukas Dhont is toch wel minder ‘Vlaams’ en meer internationaal in zijn filmen, vind ik.

De film volgt de soldaat Pierre die in de Eerste Wereldoorlog aan het front zit, maar net zoals alle andere soldaten roteert: een tijdlang loopgraven, afgewisseld met bevoorrading, transport, onderhoud, dat soort dingen. Tijdens een rustiger moment komt hij in contact met Francis, die om medische redenen niet meer naar de frontlinie moet maar samen met een aantal andere ‘afgekeurden’ een revue voorziet voor de soldaten. Pierre draait daar een tijdlang in mee, en er ontstaat een absoluut verboden romance tussen de twee.

Bloederige, rauwe, hyperrealistische oorlogsscènes wisselen af met de romantische, gestolen momenten tussen beide jongemannen, bij momenten zelfs redelijk expliciet.

Maar het uiteindelijke thema is het veranderen van Pierre: in het begin vol optimisme en levenslust, en uiteindelijk helemaal tot wanhoop gedreven. Je zou voor minder.

En toch… Bart kreeg het moeilijk verwoord wat er precies mis was met de film, en ik voelde het ook, maar kon er moeilijk de vinger op leggen. Ik denk dat het… te mooi is, ondanks de thematiek. Te… afgelikt. De oorlog is bijzonder hard aanwezig, maar de jongens krijgen geen tegenkanting in hun herenliefde. Niemand spreekt er hen op aan, niemand gaat erop in, en toch moet het voor hun compagnie wel duidelijk zijn. Dat het sociaal niet aanvaard wordt, dat is duidelijk. Maar er valt geen enkel hard woord daarover.

Toch vond ik het een prachtige, zware film. Bij de aftiteling bleef het dan ook bijzonder stil in de zaal, niemand had behoefte aan een luid gesprek, ook wij niet. Je moet er even van bekomen, want die oorlog wordt op geen enkel moment verbloemd.

Aanrader? Niet voor gevoelige zieltjes, in elk geval.

Minimutsje

Collega Louise-Anne kwam maandag langs met haar nieuwste spruit, een zalig kleintje, Aida genaamd. Kleintje is wel het woord, want op zich is ze zeker groot genoeg, maar ze heeft echt een schattig klein kopje. Ze had nochtans geen mutsje op, en dat kwam omdat ze blijkbaar allemaal gewoon te groot zijn, zei Adil. Ook het mutsje dat ik voor haar vorige dochtertje had gemaakt – het eerste mutsje in de hele reeks – was blijkbaar nog veel te groot.

Geen nood, dacht ik, ik heb nog een kleiner maatje breiring: ik maak er gewoon nog eentje voor Aida in een kleiner maatje! Ik heb uiteindelijk gewoon langer gedaan over het haken van het bloemetje en het blaadje dan het mutsje zelf, maar bon.

Dinsdag gaf ik het al mee aan de oudere broer die bij ons zit, en tegen vier uur kreeg ik gewoon al een fotootje van het kleintje met het mutsje op. Zalig!

 

Cthulhu by Gaslight

Na een kort maar hogelijk amusant intermezzo bij Ghostbusters – dat faliekant is afgelopen omdat we een verkeerde beslissing hebben genomen – zijn we terug bij mijn oude vertrouwde Call of Cthulhu, wat ik echt nog het liefst van al speel. Gamemaster Geraard neemt ons deze keer mee naar Cthulhu by Gaslight, Londen 1890, en ik kijk daar echt naar uit. Dit heb ik dus nog niet gespeeld, en het lijkt me echt wel wat. Voeg daarbij dat we een heerlijk geschifte groep hebben en een uitstekende gamemaster, en het kan niet missen. Het is deze keer geen langgerekte campagne, maar een aantal kortere scenario’s, en dat is misschien ook maar best, want meer dan twee jaar…

Het is ook wel weer een amusante groep van personages, denk ik. We kennen elkaar uit een Book Club, eentje waar ook vrouwen zijn toegelaten, en ik speel een beetje een Miss Marple: een ongetrouwde, welopgevoede oudere dame die niet schatrijk is maar zeker niet onbemiddeld, en die vooral bijzonder nieuwsgierig is en overal haar neus insteekt.

Yup. Ik heb er zin in!

Spazio 24

Eigenlijk kom ik al altijd goed overeen met Barbara, mijn ene nichtje langs vaderszijde, die vooral al jaren mijn vaste kinesiste is. Allez, was: ze is er een jaar tussenuit geweest om de hele praktijk volledig te verbouwen, terwijl de rest van haar team verder kon doen in de grote aparte oefenruimte achteraan die voor de gelegenheid in kleinere kabinetten was ingedeeld. Mij gaf ze in de deskundige handen van Jordy, een jonge maar zeer bekwame gast die daarnaast ook nog eens wreed sympathiek is. Intussen is ze deeltijds terug in de praktijk, maar niet op woensdag, en laat woensdag nu mijn vaste kinedag zijn, al zeven jaar. Ik blijf dus vaste klant bij Jordy, met plezier.

Alleen… zie ik nu mijn nichtje quasi niet meer, terwijl we vroeger wekelijks een half uur tetterden. Vandaag spraken we dus rond twaalf uur af bij Spazio 24, op de Wiedauwkaai,  om samen te lunchen. Zij kende het, voor mij was het onbekend terrein, zodat ik eerst niet doorhad dat ik blijkbaar via de parking van de Eskimo binnen moest en raar stond te kijken op de Wiedauwkaai zelf.

Het restaurant zelf is volledig mijn stijl, zoals zij al voorspelde: open, hoog, bruintinten, modern, gezellig. We gingen voor de lunch, want om half twee moest ik weg, richting school, werken en al.

Bij het drinken kwamen al meteen olijfjes, en daarop volgde het voorgerecht: een uitstekende vitello tonnato.

En daarna kwam, vlotjes, een lasagne op tafel. Je kan overigens zelf aangeven welk tempo je wil, en dat is fijn.

Je kan ook nog een dessert toevoegen aan je lunch, maar voor ons hoefde dat niet, want dit was meer dan voldoende. Een koffie kon wel nog, en daar krijg je ook nog vanalles bij, onder andere heerlijke red velvet cake van bij Julie’s House dat daar ook op de site zit tegenwoordig. Goed om weten!

Tegen half twee vertrok ik en dronk Barbara nog rustig haar theetje op. Zij komt er vaker en voelt er zich thuis, en ik snap waarom: gezellig, lekker, vlakbij, en met 29 euro voor uitgebreid voorgerecht en hoofdgerecht ook best betaalbaar. Eentje om te onthouden dus.

The Odyssey in IMAX

We hebben lang moeten wachten voor we er in slaagden 6 plaatsjes vast te krijgen in Brussel – de enige plek in België waar ze IMAX 70 mm projecteren – maar deze avond konden we richting Heizel afzakken. Ik had mijn wandelstok mee, want de rug is dit weekend gecrasht en ik twijfelde deze middag zelfs nog of het wel zou lukken. Maar bon, een wandelstok en een stevige pijnstiller om het ergste wat weg te nemen, en ook wel degelijke stoelen, en ik ging me mijn plezier niet laten afnemen.

Als Graeciste krijg ik dus vaak de vraag: wat vind je ervan? Ik kon daar uiteraard niet op antwoorden, maar nu wel. En mijn eerste opmerking hierover is: Nolan pretendeert niet dat hij de Odyssea verfilmd heeft. Het staat er duidelijk: based on Homer’s Odyssey. Je mag het dan ook niet zien als een letterlijke verfilming, maar wel als een Amerikaanse blockbuster die nu al drie uur duurt, en die een zo groot mogelijk publiek moet aanspreken.

(En wie de film nog niet heeft gezien en het originele verhaal niet kent, leest nu best niet verder, want spoilers en al.)

  • Ja, het klopt niet dat Odysseus zijn verhaal doet aan Kalypso: hij doet dat normaal gezien bij de Phaeaken, bij een reeks diners. Maar dit zorgde ervoor dat Nolan toch nog met flashbacks kon werken, zoals in het origineel, maar dat hij Nausikaä en co eruit kon laten. Tijdswinst.
  • Nee, Kalypso is normaal gezien niet degene die hem lotusbloemen voert. Maar opnieuw: hij kan er op die manier de lotuseters uitlaten, terwijl de bloemen er toch nog inzitten. Tijdswinst.
  • Ja, er zit een fout rond Iphigeneia, ik weet het. In het origineel is de dochter van Agamemnoon een jaar of vijftien, en wordt ze door haar vader naar Aulis gehaald onder het voorwendsel van een huwelijk met Achilleus. Klytaimnestra blijft in Mykene, en is achteraf zo razend op haar echtgenoot dat ze hem vermoordt. Nolan had ook hier de hele scene kunnen uitwerken en ettelijke minuten toevoegen. Het feit dat je nu ziet dat Agamemnoon zijn dochter van een jaar of vijf meevoert en dat Klytaimnestra door drie man moet tegengehouden worden, is een even sprekend beeld, voor luttele seconden.
  • Ik vond de Kuklops echt wel goed gedaan: niet menselijk, maar echt monsterlijk. En ja, in het origineel zit een hele conversatie, waarbij Odysseus zegt dat zijn naam Niemand is, enzoverder. Er is dan ook de cheeky verwijzing naar dit feit: “He speaks? I didn’t know he could speak!” Opnieuw: tijdswinst. Maar de geest van de hele confrontatie is wel behouden.
  • Idem voor Sinoon. Nee, de rede van Sinoon die vaak gelezen wordt in de klas (Latijn, Vergilius’ Aeneis), zit er ook niet in. Maar Sinoon is weer netjes verwerkt. Ook Laokoön zit er wellicht om die reden niet in.
  • Idem voor het ophangen van de slavinnen in het huis van Penelope. Dat zijn normaal gezien twaalf stuks, en nu zie je vooral één slavin die meeheult met de ‘vijand’. Ook dat is puur tijdswinst, denk ik.
  • Bepaalde scènes vind ik dan weer bijzonder knap gedaan omdat ze volledig de geest weergeven: Kirke en de manier waarop ze de varkens kneedt. De hond van Odysseus: ik zou boos geweest zijn als die eruit was gelaten. Het geweld, het vuur, het bloed in de straten van Troje. Het nietsontziende geweld bij het beroven van de vissersdorpen.

Zitten er nog ‘fouten’ in? Maar ja… En dan? Nee, de kostuums zijn niet altijd even correct, maar dat stoort niet. Agamemnoon komt heel erg indrukwekkend, zelfs intimiderend over en dat is niet zoals Homeros hem beschrijft. En dan? Ik heb intens genoten van de film: Nolan heeft een van mijn favoriete epen naar een groot publiek gebracht, met een prachtige beeldvoering en een, welja, epische cast.

Ja, ik ben fan. Echt wel. En de rug, die is mee fan, want die deed niet eens lastig.